Hoe begeleid je een groep wandelaars met verschillende niveaus?

8 juni 2021

De wandelgroepen zijn weer gestart of misschien ga je binnenkort voor de eerste keer op pad. Wat fijn dat het weer kan en mag! De behoefte én de noodzaak om meer te bewegen en mensen te ontmoeten is bij velen groot. Maar voor jou als wandelbegeleider of -coach kan de opstart best een uitdaging zijn. Je hebt misschien mensen in de groep met verschillende aandoeningen, van uiteenlopende leeftijden en met een ander startniveau. De een wandelt met gemak 5 kilometer, terwijl voor de ander 3 kilometer een grote uitdaging is. Het kan ook zijn dat je mensen in je groep hebt die echt niet gewend zijn om te wandelen. Voor hen is een klein blokje om de eerste weken misschien al te hoog gegrepen. In dit artikel geven we je tips hoe je om kunt gaan met verschillende wandelniveaus in één groep. Dat noemen we ook wel differentiëren.

Om te beginnen is het handig om voorafgaand aan de eerste wandeling te vragen aan alle deelnemers hoe hun gezondheid en conditie is, of ze vaker wandelen en zo ja, hoe ver ze kunnen lopen. Dat geeft jou als begeleider een goed beeld van de verschillende niveaus. Eventueel kun je een 6-minuten wandeltest doen met de deelnemers.

Heb je wandelaars met een verschillend startniveau? Dan kunnen de volgende tips helpen bij het begeleiden en motiveren van de groep.

  • Knip een route op in kortere stukjes, die haalbaar zijn voor de starters. De snellere wandelaars laat je lopen in hun eigen tempo. Je geeft hen een opdracht om een bepaalde plek een aanvullende oefening te doen of een extra ‘lus’ of blokje om te wandelen. De snellere en langzamere groep komen daarna weer samen op hetzelfde punt. Ook kun je de snelle wandelaars vragen om op een bepaald punt om te keren en terug te lopen. Ze sluiten dan achter de langzame lopers aan en volgen die tot jij instructie geeft voor het volgende punt. Dit kun je een aantal keer doen in een uur. Zo blijft er een onderling groepsgevoel, maar hoef je niet op elkaar te wachten.

 

  • Als je een rondje loopt door een park, door de wijk of op een sportaccommodatie kun je twee groepen de ‘omgekeerde’ route laten lopen. De groepjes komen elkaar dan een aantal keer tegen. Op zo’n moment kun je bijvoorbeeld even een oefening doen of een wandeltip geven. Het valt dan niet op dat er een langzamere en een snellere groep is.

 

  • Ga op zoek naar een vrijwilliger die de (groep) wandelaars kan begeleiden die al redelijk zelfstandig kunnen lopen. Bijvoorbeeld via een sportvereniging in de wijk, bij een buurthuis of via een lokale vrijwilligerscentrale. Het kan natuurlijk ook een actieve, enthousiaste wandelaar uit de groep zijn die het voortouw kan nemen. Eventueel kan zo’n vrijwilliger (op termijn) een korte cursus tot wandelbegeleider volgen.

 

  • Wees alert dat eventuele achterblijvers niet gedemotiveerd raken. Dit kun je doen door hen te complimenteren met hun inzet en vooruitgang. Wellicht overbodig, maar de benaming ‘technische wandelaars’ of ‘technische groep’ klinkt veel positiever dan de ‘langzame wandelaars’ of ‘langzame groep’ als je onderscheid moet maken. Misschien kun je wandelaars die wat achterblijven aan elkaar koppelen en aanvullende tips geven om samen of zelfstandig te wandelen tussen de wekelijkse wandelen.

 

  • Kijk de webinars eens terug over motiveren en online coachen. Deze vind je in Plan je event achter jouw inlog, bij de documenten.

 

  • Neem contact op met een buurtsportcoach in jouw gemeente voor aanvullende tips en ondersteuning. Buurtsportcoaches werken in de meeste gemeenten en zijn vaak in dienst bij de sportservice organisatie of bij de afdeling sport van de gemeente.

 

Veel succes en plezier met de wandelingen!